Je presteert beter als je een pak aan hebt

Er zijn een aantal vakgebieden waarbij ik altijd heel sceptisch ben als ze nieuwe “ontdekkingen” doen. Een daarvan is de psychologie. Waarschijnlijk komt dat cynisme door onderzoeken als het beroemde Stanford-gevangenisexperiment of het experiment van Milgram. Zo heeft Philip Zimbardo een deel van zijn leven gewijd om aan te tonen via zijn experimenten dat de mens inherent slecht is, om vervolgens het andere deel van zijn leven precies het tegenovergestelde proberen te bewijzen.

Helaas voor hem luisteren we alleen naar wat we willen horen. Éric Zemmour zei het mooi, al versprak hij zich enkel: “Je ne vois que ce que je crois”. In goed Nederlands: “Ik zie slechts wat ik geloof”. Deze uitspraak is ook de bron van de titel van de laatste essay van Roxane van Iperen: Ik zie wat ik geloof.

Toch is er een onderzoek uit 2012 waar ik me graag aan vastklamp op de vraag waarom ik elke dag een pak draag. In dat onderzoek spelen deelnemers Zoek de verschillen. Een spel waar je geen complexe capaciteiten voor hoeft te ontwikkelen, en al helemaal geen spel waar je kledingkeuze invloed heeft op de uitkomst. Toch blijkt er een significant verschil in aantal verschillen dat de deelnemers vinden, op basis van de kleding die ze dragen.

Deelnemers die een labjas krijgen met het verhaal dat het een doktersjas betreft, presteren aanzienlijk beter dan deelnemers die dezelfde labjas krijgen, maar denken dat het een schildersjas is. De mate van professionaliteit die je associeert met je uiterlijk, heeft invloed op je prestaties. Dit fenomeen noemen de onderzoekers Enclothed cognition.

Omdat dit onderzoek mijn kledingstijl wetenschappelijk ondersteunt, kies ik ervoor om de betrouwbaarheid van dit onderzoek verder niet in twijfel te trekken. En anders is er altijd nog het argument dat mannen aantrekkelijker zijn in een pak, zelfs als dat niet wetenschappelijk is aangetoond.